slagveldstudies 14-18
balk
 
De Amerikaanse 26th Division bij de
Chemin des Dames
Aris de Bruijn, mei 2003
De "Yankee Division" in februari en maart 1918
Homecoming adelaar

Vanaf eind 1917 was het de beurt aan de Amerikanen om een rol te gaan spelen in de grote oorlog. De 26e Divisie, de "Yankee Division", was de tweede divisie van het American Expeditionary Force die naar Europa verscheept werd. Na een aanvangsfase met trainingen ver verwijderd van de frontlinie, werd de divisie vermengd met troepen van het 11e Franse Legerkorps om de kunst van de loopgravenoorlog in de praktijk te leren in een rustige sector. De divisie kwam terecht in een gedeelte van de Chemin des Dames in februari 1918 en zou daar tot 18 maart blijven.

De soldaten werden onder andere ondergebracht in een aantal steengroeves in deze sector, waar ze zich een maand lang te buiten zijn gegaan in het maken van grafitti en sculpturen op de groevewanden. Onder andere de groeves  Pantheon, Fruty, de groeves bij Nanteuil la Fosse, Carrière de Rouge Maison en de Carrière de Froidmont. Deze laatste groeve werd na de oorlog door de Fransen ook wel de "Carrière des Americains" genoemd vanwege de vele Amerikaanse inscripties.

Froidmont 01

Froidmont 02
Amerikaanse sculpturen in de groeve van Froidmont. Klik op een van de afbeeldingen voor een fotoserie over de groeve.
Organisatie en verscheping

De 26e Divisie of "Yankee Division" werd samengesteld uit National Guard troepen uit alle New England staten : Massachusetts, New Hampshire, Connecticut, Rhode Island, Maine en Vermont. Alle gelegen in de noordoostpunt van de Verenigde Staten. National Guard eenheden hadden voordien onder bevel gestaan van de autoriteiten van de staten waartoe ze behoorden en gingen nu deel uitmaken van het nationale leger. De troepen werden gereorganiseerd en samengesmeed tot een divisie, waarna al snel kon worden overgegaan tot verscheping. Dit ging met veel geheimzinnigheid gepaard, de datums van vertrek werden niet bekendgemaakt, evenmin de schepen waarmee ze de oversteek maakten. De verscheping werd niet van overheidswege geregeld maar was grotendeels een zaak van de divisiekommandant zelf. Zo kon het ook gebeuren dat de 26e Divisie de schepen wegkaapte die eigenlijk bedoeld waren voor de 42e Divisie, die nog niet geheel in gereedheid was. De hele operatie van inschepen en overzetten hing af van de vindingrijkheid van de betrokken personen, en hun onderhandelingen met de scheepvaartautoriteiten. Uiteindelijk vertrok de divisie verdeeld over alle op dat moment beschikbare tonnage vanuit Hoboken, New Jersey en Montreal tussen 7 september en 9 oktober 1917.
De eerste eenheden van de divisie kwamen via Engeland aan in St.Nazaire op 21 september 1917. De rest volgde snel en eind oktober was de divisie kompleet. Het was hiermee de eerste Amerikaanse divisie die in zijn geheel en met volledige uitrusting overzee was gezet naar Frankrijk. De First Division was weliswaar reeds enkele weken eerder in gedeeltes gegaan maar die was nog steeds niet kompleet.
De diverse eenheden van de divisie werden naar twee lokaties getransporteerd voor training. De artillerie en munitietrein gingen naar Camp Coetquidan in Bretagne, de rest naar Neufchateau.
Er was ondertussen een groot tekort aan allerhande soorten materiaal en uitrustingstukken, een probleem dat pas maanden later zou zijn opgelost.

trein 101st Infantry
101st Infantry, 26th Division, klaar voor vertrek naar het front.
De Yankee Division naar de Chemin des Dames
Trainingsperiode

Meteen na aankomst begon de training voor de loopgravenoorlog. Tegelijkertijd was het nodig barakken te bouwen, evenals opslagplaatsen, hospitaals en andere gebouwen. Omdat de 26e hier de eerste divisie was moesten ze pionierswerk verrichten, wat met de nodige hindernissen gepaard ging. De training vond plaats in samenwerking met delen van de Franse 162e en 151e Infanterieregimenten die voor dit doel ter beschikking waren gesteld. Dagelijks waren er instructies in handgranaatwerpen, machinegeweerschieten en bajonetvechten. Theorielessen werden ook gegeven op scholen in plaatsen in de omgeving en er werd een oefenloopgravensysteem aangelegd in Neufchateau waar praktijkproblemen van aanval en verdediging konden worden behandeld. Om beurten gebruikten de eenheden deze "Noncourt Sector" zoals de bijnaam luidde.
De omstandigheden waaronder dit alles plaatsvond, de gebrekkige behuizing, het slechte weer, het gebrek aan materiaal, het ontbreken van transportmiddelen (aanvankelijk waren in Neufchateau slechts drie vrachtwagens beschikbaar voor de hele divisie) samen met de fighting spirit van de soldaten zorgden er voor dat de troepen stonden te trappelen van ongeduld om nu eindelijk eens naar het front te gaan.

Eindelijk naar het front

Het trainingsprogramma ging er van uit dat in Neufchateau zou worden getraind tot maart 1918. Maar aan deze periode kwam plotseling een einde, vijf weken eerder dan verwacht. Ondanks alle moeilijkheden tijdens de trainingsperiode vond men dat er toch zo veel vooruitgang geboekt was dat kon worden overgegaan tot het echte werk. Eind januari werd mede op verzoek van het Franse opperbevel besloten om de divisie frontervaring op te laten doen in een zogenaamde rustige sector. Als aanvulling op het schoolse excerceren en de schietoefeningen achter het front wilde men de troepen vertrouwd maken met de dagelijkse routine van de loopgravenoorlog en het onderhouden en beheren van een frontsector. De supervisie en taktische uitvoering zou in handen zijn van de Fransen.
In eerste instantie zouden twee bataillons van de divisie per keer deze aanvullende training ondergaan. Op uitdrukkelijk verzoek van de divisiekommandant en met de nodige Amerikaanse bravour werd echter de hele divisie in één keer naar het front gestuurd.
De Artilleriebrigade, die net verplaatst zou worden van Coetquidan naar Neufchateau, werd nu linea recta naar Soissons gedirigeerd en ging zodoende de andere onderdelen voor in deze nieuwe opgave. Andere troepen volgden in de eerste dagen van februari. De divisie was nog nooit in zijn geheel bij elkaar geweest toen hij begin februari 1918 in lijn verscheen noordoostelijk van Soissons in de Chemin des Dames sector.

Reorganisatie

Deze verplaatsing volgde kort op een reorganisatie van de staf van de divisie, naar europese normen. Tot dusverre stamde de opzet nog uit de tijd van de Amerikaanse burgeroorlog en voldeed niet meer aan de eisen van moderne oorlogvoering. Naar Frans model kreeg elk opperbevel de beschikking over drie departementen, elk met een scherp afgebakende verantwoordelijkheid : G1 voor de bevoorrading en administratie, G2 voor inlichtingen, G3 voor operaties en trainingen.
Het was een duidelijke en simpele structuur maar voor de Amerikanen was het geheel nieuw en het werkte in het begin zeker niet vlekkeloos. Er waren vergissingen, overlappende taken en niet in de laatste plaats ook een zekere tegenstand bij de oude garde wat soms leidde tot een weigerachtige houding. Maar uiteindelijk ging het toch functioneren.

De Sector
kaart sector

Het was dus aan de Chemin des Dames waar de divisie werd geplaatst, en zijn vuurdoop ging krijgen, in de eerste dagen van februari 1918. De plek was hevig omstreden geweest in eerdere periodes van de oorlog maar werd nu beschouwd als een rustige sector. Het plateau was stevig in handen van de Fransen die het na de slag om Malmaison in bezit hadden gekregen.
De frontlijn bestond uit een serie steunpunten uitgerust met machinegeweren die overlappend flankerend vuur konden geven langs alle voorwaarts gelegen posten. Het Oise-Aisne kanaal dat van oost naar west en vervolgens naar het noorden liep door het moerassige dal van de Ailette, scheidde de geallieerde van de Duitse linies. Verder van taktisch belang was het bos van Pinon, de ruïnes van de dorpjes Pinon, Chavigny, Pargny en Filain.
Het hele gebied was bestrooid met steengroeves, uit de bodem gehouwen ruimtes, gangen en grotten die gebruikt konden worden. Ze waren van groot belang als plaatsen die onderdak konden bieden aan grote troepenconcentraties en als voorwaarts gesitueerde commandoposten. Kleinere ondersnijdingen van het plateauoppervlak waren uitgebouwd tot elementen in de linie van steunpunten en als eerste-hulp-posten, keukens of munitiedepots.
Enkele groeves in deze sector waren Montparnasse, Pantheon, Montmirail, Carriere du Sourd. Ze waren voorzien van elektische verlichting en hadden soms een eigen watervoorziening. Sommigen hadden gemetselde en betimmerde kamers. Bedden waren gemaakt van een houten raamwerk bespannen met kippengaas.
Het terrein was bezaaid met granaattrechters, stukken oude verlaten loopgraaf, overblijfselen uit de tijd van zware gevechten in voorgaande jaren. Er was een vrij uitgebreid wegennet achter het front. De plaatsjes Jouy, Vailly, Missy, Condé en nog een aantal anderen werden gebruikt als verzamelpunten voor troepen in reserve. De sector was zoals gezegd rustig, met het gewone dagelijkse hinderlijke artillerievuur, af en toe een patrouille, of een kleine actie bedoeld om gevangenen te maken. Dit was zo ongeveer het beeld van de sector waar de 26e Divisie in terecht kwam.
De Amerikaanse divisie kwam onder commando van het Franse 11e Legerkorps onder generaal de Maud'huy, en zou voor een periode van 30 dagen dienst gaan doen voor training in stellingenoorlogvoering van alle divisie-elementen in eenheden kleiner dan brigade.

kaart met groeves
Verplaatsing naar het front

De verplaatsingen werden gedaan per trein. Het was voor de troepen een nieuwe ervaring om zichzelf en hun uitrustingstukken te laden in een standaard Franse militaire trein, bestaande uit 17 platte wagons voor kanonnen en voertuigen, 30 goederenwagons voor soldaten en paarden, 2 rijtuigen voor officieren en 1 bagagewagen. Een totaal van 50 wagons voor elk bataillon van 1000 man.
In hun drang om overal de eerste en de beste in te zijn groeide het treinbeladen uit tot een ware wedstrijd. Had bijvoorbeeld een artilleriebatterij in het begin zo'n 6 uur nodig om te laden, op een gegeven moment lukte het de E-batterij van 103d Fieldartillery een keer om de klus te klaren in 14 minuten en 30 seconden.

De treinen reden westwaarts via Chalons, Epernay en Chateau-Thierry naar het eindpunt Soissons. Nog niet zo lang geleden was Soissons in Duitse handen geweest en de bordjes "nach den Brücke" hingen nog op de straathoeken. Veel huizen waren in puin geschoten. De soldaten waren vertrokken zoals ze ook uit de havenplaatsen naar hun trainingsgebied waren gegaan, als een uitgelaten menigte, ongedisciplineerd uit de trein hangend en op het dak van de wagons zittend, juichend en schreeuwend. Maar zelfs de minst nadenkenden temperden hun uitgelatenheid bij het zien van steeds meer verwoestingen en kwamen tot het besef dat ze werkelijk naar het front gingen. Elk huis was een ruïne, elk bosje een dump van munitie en prikkeldraad, overal lag smalspoor. Langs de weg waren stenen barricades en stukken loopgraaf die aantoonden dat hier nog niet lang geleden hevig gevochten was.

Amerikanen en Fransen

Amerikanen van de 26th Division samen met Fransen van de 21e Division in de loopgraven.

 
Aflossing

De eerste aflossing van de infanterie in de voorste loopgraaf was voor de Amerikanen een aangrijpende gebeurtenis. In kleine groepjes, met een Franse veteraan als gids die zijn weg vond in de pikdonkere nacht, door zigzaggende loopgraven, door een landschap verscheurd door granaatinslagen, met angstaanjagende geluiden in de verte, soms  een ratelend machinegeweer, tot aan de aankomst in één of andere rudimentair ingerichte grot, of een afdaling in een naar verrotting stinkende diep gelegen dugout of "cagna" zoals de Fransen het noemden. Dat waren de eerste indrukken die deze nieuwkomers opdeden.
De verblijfplaatsen voor de mannen waren zeer verschillend. Sommigen lagen in de steengroeves of in de gegraven onderkomens in de plateauhellingen, anderen in de kelders van geruïneerde huizen, weer anderen moesten hun pup-tentje opzetten in het open veld.

Op 5 februari stonden de eerste artillerie batterijen in positie. Op dezelfde dag installeerde het divisiehoofdkwartier zich in het kasteel van Couvrelles dat geheel ongeschonden was gebleven, waar de zwanen nog in de vijver zwommen en een tuinman was achtergebleven om de boel te beheren.
keuken
eten in de loopgraven
Het eten wordt in gamellen gadaan, klaar om naar de mannen in de frontlijn gebracht te worden. Company M, 102d Infantry.

Mannen van Company M, 102d Infantry, ontvangen hun maaltijd in de loopgraven bij Aizy,
5 maart 1918

In het begin kwamen de troepen in kleine groepjes. Niet meer dan een peloton van elk infanterieregiment nam een klein stukje van een sub-sector over, met Fransen rechts en links daarvan. Weinig later, toen de Amerikanen enigszins gewend waren geraakt aan de loopgravenroutine werd het oorspronkelijke peloton-front vergroot tot een compagniesector, ook weer gemengd met de Fransen. Eerst een Franse dan een Amerikaanse vervolgens weer een Franse compagnie, enzovoorts. Bij de artillerie nam een hele batterij een overeenkomstig Frans deel over.
Nog later zouden het een hele bataillons- en regimentssectoren worden. Als alles naar wens zou gaan zou het hele gebied Amerikaans worden. Maar voor het zover was viel er nog veel te leren.
Er waren vele taken die samenhingen met onderhoud, reparatie en uitbreiding van de verdedigingswerken (loopgraven, prikkeldraadversperringen, gasprotectie, onderkomens), men moest leren hoe je het beste voorraden kon aanvoeren over wegen die onder vuur lagen, methodes om de vijand te observeren, om informatie te verkrijgen, het praktische artillerie- en machinegeweerschieten, de taktische inzet van infanterie van de voorste posten tot de bemanning van de steunpunten, verdediging van de "ligne de surveillance" en de "ligne de resistance principale", en nog een dozijn andere onderwerpen.
De instructie was geheel in handen van de Fransen. Er was een grote groep officieren en onderofficieren aan de divisie toegevoegd afkomstig uit de divisies van het Franse 11e Legerkorps en deze werden verdeeld over alle eenheden van de 26e Divisie, tot en met alle infanteriepelotons en elke MG-sectie.
Onvermoeibaar leerden de Fransen aan de nieuwkomers alles wat ze wisten over hun bizarre vak, van het calculeren van artillerievuur-gegevens en het begraven van afval  tot aan het koken voor de kolonel.
De Amerikaanse staf op zijn beurt trok in bij de diverse Franse hoofdkwartieren. De artilleriestaf bijvoorbeeld bij de korpsartillerie van de Fransen, om onderwezen te worden in verbindings- en munitiezaken. Pas op 13 februari richtte de Amerikaanse artillerie een eigen Brigadehoofdkwartier in bij Crony. Men kreeg toen nog geen bevoegdheid maar voerde een soort schaduwhoofdkwartier achter de Fransen waarbij ze dezelfde praktijkproblemen kregen op te lossen. Daarbovenop bracht elke Amerikaanse artilleriestafofficier 2 dagen aan het front door bij een batterij in operationele dienst.
De Fransen regelden alles. Als de amerikanen uitrusting nodig hadden dan regelden de Fransen dat. Als een keukenwagen niet kwam opdagen dan verzorgden de Fransen voedsel. Ze gedroegen zich als goede gastheren.
De Amerikanen leerden snel, en brachten kwaliteiten van zichzelf mee die de Fransen eerst zeer nieuwsgierig maakte en amuseerde maar later grote zorgen baarde. Ze waren roekeloos en zagen geen gevaar, ze hadden een matige discipline, gingen onzorgvuldig om met hun spullen en waren slordig gekleed. Maar de geweren waren schoon en er heerste een strijdlustige houding.
De wederzijdse impressies waren zeer verschillend. De Franse nauwgezetheid, eindeloos geduld, oog voor detail alsmede de traagheid waarmee iets tot stand gebracht werd, dat alles was onbegrijpelijk voor de rouwdouwerige Yank. Maar ze hadden waardering voor de Franse gedegenheid, vasthoudendheid en vooral hun kookkunsten. De Amerikanen hadden wel het idee dat ze het spelletje een beetje anders, op hun eigen manier wilden gaan spelen wat ook meermalen zou gaan blijken.

telefoondraad
schutter

Mannen van Headquarters Company, Signal Corps, dragen telefoondraad door de loopgraven naar uitkijkposten in de frontlinie. De loopgraven lopen over het plateau bij Fort Malmaison, dat gemarkeerd is met een pijl. 12 maart 1918.

101st Infantry neemt de Boche op de korrel, februari 1918
In de sector

De precieze plaatsing van de Amerikaanse eenheden van de 26e Divisie langs de 30 kilometer lange frontlijn en de datums waarop die posities werden ingenomen laat zich moeilijk in detail vaststellen. Voortdurend waren er wisselingen van subsectors, batterijposities en steunpunten die in toenemende mate van de Fransen werden overgenomen. In grote lijnen kan men zeggen dat de voorste infanteriebataillons de frontlijn als volgt bezetten :
101st Infantry van de tunnel in het Oise-Aisne kanaal tot en met Filain, met regimentshoofdkwartier in Vailly.
102d Infantry zat in Pargny-Filain, Bois d'Entre Deux Monts en Chavignon en had het hoofdkwartier in een groeve boven Aiszy.
103d Infantry sloot hierbij links aan met hoofdkwartier in Vaudesson.
104th bezette posities in Quincy Basse, Quincy Wood, met hoofdkwartier bij Vauxaillon.
Bij Juvigny was het hoofdkwartier van de 52 Infantry Brigade. De 101st Machine Gun Battalion had zijn positie vooral in het Bois de Pinon. 101st Engineers met HQ in Missy zat verstrooid over het hele gebied. De artillerie was geplaatst tegen de hellingen van de ravijnen aan de zuidkant van het Chemin des Dames hoofdplateau.

Een paar dagen in de frontlijn waren voldoende om de troepen te laten wennen aan de grouwe dagelijkse routine, maar ze verloren hun nieuwsgierigheid en hun jonge-honden-mentaliteit niet. Een granaat afgeschoten door de Duitse artillerie had meestal tot gevolg dat een stel Amerikanen er op af rende om te zien waar hij was neergekomen, zeer tot verbazing en afschuw van de Fransen die juist dekking zochten. Pas nadat enige slachtoffers waren gevallen door Duitse scherpschutters werden ze wat voorzichtiger en leerden ze dat ze zich overdag beter niet buiten konden wagen.
Als een vliegtuig overkwam snelden de overenthousiaste Amerikanen zich naar buiten om het na te kijken tot het uit het zicht verdwenen was, volkomen onbewust van het gevaar. Zelfs de officieren van het hoofdkwartier deden dit. De Fransen begrepen niets van deze nieuwsgierigheid.
De Fransen raakten meer en meer bezorgd over de roekeloosheid van de Yanks. Haastig waren ook orders uitgevaardigd die het souvenirjagen moesten tegengaan. De velden op de plateaus waren overal doorsneden met oude loopgraven die bezaaid lagen met resten van uitrustingstukken. De Duitse truc van het aanbrengen van een springlading aan een attractief souvenir werd uitgelegd. De soldaten gehoorzaamden wel maar waren vindingrijk. Aan een piekhelm bijvoorbeeld werd voorzichtig een lang stuk telefoondraad gebonden. Als bij beweging geen explosie volgde dan was het veilig en kon hij worden ingepikt. Vooral piekhelmen met een kogelgat aan een zijkant en bloedvlekken aan de binnenkant waren zeer gewild.
Een ander aspect waar de Fransen zich zeer over verbaasden en dat ze met afschuw aanzagen was dat de Amerikanen de gewoonte ontwikkelden om binnen 30 meter achter hun eigen artillerie-gordijn op te trekken. Ver binnen de gevarenzone die normaal gold voor de spreiding van de granaten. De Fransen waarschuwden de officieren en vroegen om een regel die dit soort dingen verbood om het aantal slachtoffers te verminderen maar het Amerikaanse antwoord was : "De daden van een divisie worden gemeten aan de hand van het aantal slachtoffers. Kijk maar naar de Eerste Divisie, die heeft 33.000 man verloren."

wachtpost Pantheon
kerkdienst Pantheon
Wachtpost voor een ingang van de groeve Le Pantheon. In de groeve vonden duizend man onderdak. Chaplain Lyman Rollins, 101st Infantry, leidt een dienst in de groeve Pantheon voorafgaand aan vertrek van de mannen naar de voorste lijn, 20 februari 1918. Van links naar rechts: Lieutenant Coleman, Lieutenant Neville, een Franse officier, Lieutnant Mansfield, Lieutnant Harbour, Lieutnant Driscoll en Lieutenant Chism.
 
Het eerste slachtoffer

Het eerste frontlijn-slachtoffer aan Amerikaanse zijde kwam van een Amerikaanse kogel, niet van een Duitse. Het was ook weer te wijten aan de Amerikaanse ondernemingslust, onvoorzichtigheid, gebrek aan discipline en zelfoverschatting.
Robert Bayard, een jongen van 101st Infantry, zat in een voorpost, een uitgebouwde granaattrechter. Het was erg donker, en alle jongens was verteld dat er Duitse patrouilles aan het werk waren in niemandsland. De mannen in de post dachten iets te horen en te zien. Er waren strikte orders hoe te handelen in zo'n situatie maar de jonge Bayard stoorde zich er niet aan en hij verliet zijn krater. Waarschijnlijk wilde hij als eerste een Duitser te pakken krijgen. Hij kroop naar de draadversperring en verdween in de duisternis. Zijn maats wachtten in spanning af maar hij kwam niet terug. Blijkbaar was hij de richting kwijtgeraakt want hij kwam terug op een ander punt van de lijn. Daar stond een machinegeweer opgesteld. Het machinegeweer vuurde en Bayard werd in zijn zij getroffen. Hij werd binnengehaald maar bloedde later dood. Twee dagen later werd hij begraven op de kleine Franse begraafplaats bij Vailly.

begrafenis 1
begrafenis 2

Begrafenis van de "first man killed in action". Vailly, februari 1918. Father O'Connor en Rev. Lyman Rollins leiden de plechtigheid.

Op patrouille

De meer geavanceerde lessen die geleerd moesten worden behelsden patrouilleren, draadhindernissen aanleggen en inlichtingen- en verbindingstaken uitvoeren. Nachtelijke patrouilles uitvoeren, werken in niemandsland en kleine loopbruggen (passerelles) aanleggen over het kanaal.
Op 14 februari werden de voorbereidingen getroffen voor een patrouille die de kenmerken had van een kleine aanval met beperkt doel. De missie was bedoeld om inlichtingen te krijgen over bouwaktiviteiten die onlangs tegenover de linie van 104th Infantry waren gepleegd zonder deze hindernissen ook daadwerkelijk te passeren. Het was een aktie zoals er wel meer werden uitgevoerd, en normaal niet het vermelden waard maar in dit geval was het de eerste maal dat de Amerikanen daadwerkelijk kontakt gingen maken met hun vijand. Er werden 20 mannen geselecteerd van 104th Infantry samen met 20 Fransen en het geheel stond onder Frans bevel. Tegen de gewoonte en adviezen van de Fransen in bewapenden de Amerikanen zich met geweren, handgranaten en pistolen. De Fransen droegen geen geweren bij zich bij dit soort akties. Ook hierin volgden de Amerikanen hun eigen weg.
De groep ging op pad, kruiste het niemandsland om tot aan de Duitse draadversperring te geraken, maar ze waren nog niet ver toen ze op een Duitse patrouille stuitten. Het kwam tot een vuurgevecht. Het resultaat was één gewonde achtergebleven Duitser die kort daarop overleed. Bij terugkomst in de eigen loopgraaf bleken bij de Amerikanen een sergeant en 8 mannen te ontbreken. Een zoekaktie werd op touw gezet. Ze waren verdwaald en kropen van de ene granaattechter naar de andere, maar uiteindelijk keerde iedereen veilig terug, vergezeld van nog een gevangen gemaakte Duitser. Twee mannen werden naderhand onderscheiden met een Croix de Guerre. Ze waren de eerste Amerikanen die deze onderscheding mochten ontvangen.

gevangene

Sergeant John Letzing, Company E, 104th Infantry, poseert met zijn gevangene. Eerste Duitser gevangen door een Amerikaan, 17 februari 1918. Dit feit moest natuurlijk vastgelegd worden maar de Duitser was zo'n klein mannetje dat hij dichter bij de camera werd neergezet om wat groter en gevaarlijker te lijken.

In de nacht van 18 op 19 februari werd door de Duitsers een overval gehouden vrijwel zeker bedoeld om gevangenen te maken om de identiteit van de nieuwe eenheid vast te stellen. De onbekende uniformen die reeds een week gesignaleerd werden waren aanvankelijk voor Brits gehouden. De Fransen hadden elke nacht al zitten wachten op zo'n soort aktie van Duitse zijde. Duitsers leidden hun raids gewoonlijk in met een artilleriebombardement om hun vijand op te sluiten en het vluchten te beletten. Deze overval was gericht tegen de D kompagnie van 104th Infantry, maar ze slaagden er in de aanval af te weren wat  ze goed gemeende komplimenten van de Fransen opleverde.

De divisiekommandant was zeer ingenomen met het gedrag van zijn mannen in een gevechtssituatie. Hij bracht een gloedvol rapport uit aan het hoofdkwartier en stelde in hetzelfde bericht triomfantelijk dat het waarschijnlijk was dat de divisie nu wel in staat was een groter frontdeel over te nemen. Hij kreeg als droog antwoord terug dat niet van het bestaande plan werd afgeweken en dat hij voortaan niet meer dan één onderwerp tegelijk moest behandelen in zijn berichten.

Er volgden meer overvallen van Amerikaans-Franse zijde. Enkele dagen na de Duitse aanval werd door een grote groep, samengesteld uit E en H kompagnieën van 101st Infantry, een raid uitgevoerd op de Duitse observatieposten bij het bassin in het Oise-Aisne kanaal, waarbij het kanaal overgestoken moest worden over draagbare voetbruggen.
Later was het de beurt aan 102d Infantry om verzeild te raken in een avontuur. Een groep werkers was 's nachts samen met Fransen bezig draadversperringen aan te leggen toen een Duits artilleriebombardement losbrak. De Fransen trokken onmiddellijk terug maar de Amerikaanse commandant had daartoe geen bevel gekregen en dacht dat het de bedoeling was dat hij moest blijven zitten. Hij organiseerde een soort verdediging in enkele granaattrechters. Enkele ogenblikken later werden ze overlopen door een grote groep Duitsers die geen enkele moeite had met de weerstand van deze kleine groep werkers. De Duitse aanval liep uiteindelijk dood.

Andere akties werden uitgevoerd naar het Bois Quincy en Albia, die er allen toe bijdroegen de Amerikanen te vormen en te leren hoe de loopgravenoorlog gevoerd moest worden. Naarmate ze meer verrouwd raakten en meer succes  kregen namen de Amerikanen ook steeds meer een arrogante houding aan. Bescheidenheid was hun vreemd. Uitspraken als "Er is niks aan, als dit alles is dan zitten we zo in Berlijn" konden worden gehoord. Toen na een succesvolle aktie de volgende dag gezegd werd " Jullie deden goed werk, iedereen spreekt over jullie" dan volgde als antwoord "ja natuurlijk, why the hell shouldn't they?"
Gas

Kort daarop zouden de Amerikaanse troepen hun ultieme test te verduren krijgen; een pijnlijke en kostbare les. Op 16 maart om 6.30 uur 's middags lanceerden de Duitsers een storm van gasgranaten, voornamelijk gericht tegen het front van 102d Infantry bij Pargny-Filain en de groeves boven Aizy en Jouy, de zogenaamde Pantheon groeves, en het gebied ten oosten waar 101st Infantry lag. Het bombardement duurde de volle 24 uur, met allerlei soorten gas, mosterd, fosgeen, yperiet, en een nieuw middel met arsenicum, afgewisseld met gewone granaten. De gasprotectie in de sector bleek onvoldoende, en de troepen leden zeer. Gasmaskers werden natuurlijk gebruikt maar de Amerikanen hadden hier nog weinig ervaring mee. Ook het gevaar van gas werd nog niet onderkend.
Maskers waren niet uitgetest en hadden soms een slechte passing. Mannen die enige uren hun masker op hadden gehad en moeite kregen met ademhalen, dachten dat het gevaar wel voorbij zou zijn en zetten hun masker af om een hap frisse lucht te nemen. Verbrandingen aan longen en ogen waren het gevolg.. Ordonnansen die hun masker afgooiden om beter te kunnen zien vielen ten prooi aan het dodelijke gas. Veel mannen kregen brandwonden door huidkontakt met kleding en uitrustingstukken die door het gas vergiftigd waren. Zelfs was er een groep slachtoffers die te wijten was aan ongehoorzaamheid, mannen die domweg weigerden hun gasmasker op te zetten. Het gevolg van onvoldoende discipline. Het resultaat was een grote hoeveelheid slachtoffers en het leerde de nog steeds onvoorzichtige Amerikanen een harde les.

Naar schattingen waren er 20.000 granaten afgeschoten die dag. Deze hoeveelheid deed een voorbereiding voor een grote aanval vermoeden maar die volgde niet. Later werd gesuggereerd dat het een test was geweest voor de grote Duitse aanval in Vlaanderen gericht tegen de Britten drie dagen later.
in de loopgraven
In de Amerikaanse loopgraven, 101st Infantry, februari 1918
Aflossing

De tijd voor de 26e Divisie was gekomen om afgelost te worden en om plaats te maken voor de 21e Franse Infanteriedivisie. Het verblijf van de divisie was oorspronkelijk voorzien tot  7 maart. Kort voor deze datum werd de periode verlengd tot 18 maart. Deze extra 10 dagen waren  ingelast om tot een goede afronding te komen van de training van de regimentskommandanten en op verzoek van de Fransen die eigenlijk wel wilden dat de divisie nog langer bleef. Maar men vond dat de troepen nu wel genoeg ervaring hadden opgedaan. Ze hadden gevechtservaring opgedaan, de officieren hadden alle mogelijke instructies gekregen, alle eenheden hadden deelgenomen aan patrouilles en aan stellingbouwwerkzaamheden. Ze hadden geleerd informatie te vergaren, verbindingen te onderhouden, voorraden aan te voeren, aflossingen te laten plaatsvinden, rapporten te maken, munitie aan te voeren. Er waren slachtoffers gevallen, gevangenen gemaakt, aanvallen afgeslagen. Kortom het leven in de frontlijn was begrepen. Bovendien werd gevonden dat er gevaar bestond de troepen nog langer onder Frans bevel te laten opereren. De Fransen waren goede leermeesters geweest maar een zekere verslapping dreigde omdat de Fransen alle verantwoording  droegen.
De troepen waren ook toe aan rust. Na enkele weken in de frontlijn, moe en vuil van de modderige loopgraven en de donkere kalkgroeves. Ze waren toe aan nieuwe kleding, schoenen, extra uitrustingstukken.
Het aantal slachtoffers was bijzonder laag geweest. Eén officier en 9 soldaten waren gedood in gevechtssituaties. Inclusief de ziektegevallen die stierven in hospitaals waren het er 22.  Er waren 55 gewonden vooral door de gasaanval van 16 maart. De sector was nog steeds rustig maar dat zou nog maar een week duren. De Amerikanen waren toen al weg. De 26e Divisie deed hierna dienst in de Toul-sector, bij Chateau Thierry, Belleau-Wood, St.Mihiel en de Argonne. Een verblijf van in totaal bijna tien maanden aan het westfront.

bronnen :

-History of the Yankee Division - Harry A. Benwell - Boston 1919
-With the Yankee Division in France - Frank P. Sibley - Boston 1919
-26th Division Summary of Operations in the World War - American Battle Monuments Commission - Washington 1944
-Welcome Home YD - program for the Homecoming Parade - Boston 1919
-New England in France, 1917-1919 - E.G.Taylor - Boston 1920
-Pictorial History of the Twenty-Sixth Division United States Army - A.E.George and E.H.Cooper - Boston 1920
-The Heroic 26th YD: Its Deeds and Valor Over There - The Ball Publishing Company, Boston, 1919
-The Immortal 26th - YMCA - Boston 1919